Een wijnkaraf: misschien heb je er wel eens eentje voor je verjaardag gekregen. Waarschijnlijk staat hij stoffig in een hoekje achterin je kast. Het ziet er leuk uit op een mooi gedekte tafel, maar wat moet je met zo’n ding?

Door Wouter Moll

Verschil decanteren en karafferen

Een karaf gebruik je óf om een jonge wijn mee te karafferen óf om oude wijn mee te decanteren. Bij een jonge wijn heeft het karaf een andere functie dan bij wijn op leeftijd. Sterker nog: je kunt zelfs beter een ander karaf gebruiken. Hier leggen we het verschil tussen karafferen en decanteren uit en gaan we in op de do’s and don’ts.

Decanteren van oude wijn

Als wijn rijpt kan er na een aantal jaren onderin de fles een bezinksel ontstaan. Meestal is dit een samenklontering van tannine en kleurstoffen. Bezinksel wordt ook wel sediment, depot of droesem genoemd. Je komt het vooral tegen bij lang bewaarde krachtige rode wijnen en vintage port. Depot geeft geen vervelende smaak, maar wel een onprettig mondgevoel. Het is dus wenselijk om het van de wijn te scheiden. Hiervoor schenk je de wijn heel voorzichtig over in een decanteerkaraf.

“Oude wijn decanteer je om de droesem van de wijn te scheiden. Jonge wijn kun je karafferen: door zuurstof laat je de wijn beter tot zijn recht komen.”

Hoe moet ik decanteren?

Het overschenken in een karaf doe je voorzichtig, zodat het depot niet wordt  mee geschonken. De fles kantel je dus niet meer dan nodig. In een omgeving met veel licht kun je in de fles door de wijn heen kijken en zien waar het bezinksel zich bevindt. ’s Avonds gaat dat lastiger. Vroeger zette de sommelier een kaarsje onder fles. Tegenwoordig kun je net zo goed de zaklamp van je iPhone gebruiken. Bij voorkeur zet je de wijn die je wilt decanteren van tevoren rechtop, zodat al het depot naar de bodem van de fles zinkt.

Een slanke karaf is beter

Hoe ouder de wijn is, hoe sneller het zuurstofcontact ten koste gaat van de vitaliteit. Je wil dus geen brede karaf hebben. Kies een model waar de wijn minder in contact staat met de buitenlucht. Een karaf met een slanke vorm leent zich dus beter voor decanteren, waar een model met een brede bodem juist beter is voor het karafferen van jonge wijnen.

De vorm van de fles

Wijnen die berucht zijn om het ontstaan van depot worden vaak gebotteld in een type fles dat zich beter leent om te decanteren. Dit flesmodel wordt het bordeauxmodel genoemd. Bij een bordeauxfles is de bolling onder de hals, ook wel de buik genoemd, dieper en hoekiger dan bij een bourgogne- of elzasfles. In zo’n diepe bolling blijft het bezinksel beter hangen tijdens het uitschenken. Andere tanninerijke wijnen, zoals Chianti, Brunello di Montalcino, Barolo, Rioja, Californische cabernet blends en Australische shiraz worden daarom meestal gebotteld in een bordeauxfles.

Leer wijn proeven en ontwikkel jouw wijnsmaak bij een van onze wijncursussen:

Karafferen van jonge wijn

Wijnen die de potentie hebben om lang te worden bewaard worden soms – om wat voor redenen dan ook –  jong gedronken. Zo’n piepjonge wijn, die nog jaren had kunnen rijpen, komt in zijn jeugd vaak wat gesloten over. Bij rode wijn kan de tannine nog ruw zijn. Zo’n wijn kun je het beste wakker schudden. Dit doe je door de wijn in een karaf in contact te brengen met zuurstof. Dit helpt de wijn te openen, en in het geval van rode wijn, de tannine te verzachten.

Kies een groot karaf

Hoe groter de oppervlakte van de wijn in de karaf dat contact maakt met lucht, hoe meer zuurstofcontact er plaatsvindt. Een karaf met een hele brede bodem leent zich hier perfect voor. Je hoeft de wijn niet teder in te schenken. Integendeel: als je de fles in een keer leeg stort in het karaf zorg je voor nog meer zuurstofcontact. Ook het walsen van het karaf helpt.

Wit of rood?

Beide! Je kunt zowel jonge witte als jonge rode wijnen karafferen. Ook een piepjonge witte wijn kan immers nog ‘op slot’ zitten. Eigenlijk alle wijnen met een bewaarpotentie zijn gebaat bij lucht. Eenvoudige wijnen, die niet de potentie hebben zich in de loop der jaren te ontwikkelen, worden niet beter in een karaf. Maar ook niet slechter.

Hoe lang karafferen?

Hoe lang de wijn in de karaf moet hangt af van de leeftijd en het type wijn, maar ook van de vorm van je karaf. Vaak is een half uurtje voldoende. Wijnen die nog ruim twintig jaar bewaard hadden kunnen worden, kunnen zeker drie uur hebben. Eénmaal in de karaf ontwikkelt de wijn zich veel sneller dan in de fles, dus een gekaraffeerde wijn kun je beter dezelfde avond opdrinken.

Decanteren en karafferen: soms is het én én

Het onderscheid tussen karafferen en decanteren is niet zwart-wit. Bij een jonge ongefilterde wijn kan het overschenken in een karaf twee functies hebben: je scheidt het bezinksel en tegelijkertijd geef je de wijn lucht. Je gebruikt de karaf dan om zowel te decanteren als te karafferen.

Welke karaf kies ik?

Er zijn karaffen in allerlei soorten en maten. Strikt genomen draait het om de grootte van het oppervlakte (dus om het zuurstofcontact) van de wijn met de lucht. Je zou dus ook in een slanke bloemenvaas kunnen decanteren. Er zijn talloze (decanteer)karaffen in omloop: met klassieke versieringen of met moderne designs. De prijzen variëren van 10 tot wel 300 euro.

Leer kwaliteit van wijn herkennen

Door een van onze wijncursussen te volgen, leer je hoe je een wijn beoordeelt en hoe je kwaliteit herkent. Zo weet je steeds beter welke wijn je jouw gasten kunt serveren. Voor de beginnende wijndrinker hebben we een wijncursus voor 2 avonden, maar als je al wat meer weet over wijn is de wijncursus van 5 avonden een aanrader. Bij de wijncursus van 9 avonden gaan we de diepte in en is er veel aandacht voor het combineren van wijn en spijs. Bij deze wijncursus maak je tijdens een wijn-spijs diner kennis met veelvoorkomende wijnspijscombinaties. Deze wijn-spijs lesavond wordt gehouden op de wijngaard ‘de Amsteltuin’ in Amstelveen.